Wat is het Reckeweg systeem?

Wat is het Reckeweg systeem?

Als opgeleid en gediplomeerd natuurgeneeskundig therapeut voor paarden werk ik met het Reckeweg systeem, ook wel de homotoxicologie, ontwikkeld door de Duitse arts Dr. Hans-Heinrich Reckeweg.

Binnen deze visie wordt het lichaam benaderd als één samenhangend, levend en zelfregulerend systeem. Een systeem dat voortdurend probeert om balans te bewaren en zichzelf te reinigen van belastende invloeden — ook wel homotoxinen genoemd.

Het lichaam staat daarin nooit stil. Het is altijd in beweging: verwerken, aanpassen, herstellen.

De 6 fasen van het Reckeweg systeem

Het uitgangspunt blijft voor mij altijd hetzelfde:
het lichaam van een paard is niet tegen aan het werken — het is voortdurend aan het proberen te reguleren.

Vanuit dat perspectief beschrijft Reckeweg zes fasen waarin belasting zich kan verdiepen.

1. De uitscheidingsfase

In deze eerste fase is het lichaam nog actief aan het afvoeren.
Het systeem probeert letterlijk naar buiten te werken wat niet meer nodig is.

Je kunt denken aan:

  • zweten

  • snotteren

  • hoesten

  • milde huidreacties

Voor mij is dit een fase van activiteit en schoonmaken. Het lichaam is bezig.

2. De reactiefase

Wanneer de belasting toeneemt, gaat het lichaam sterker reageren.

Denk aan:

  • ontstekingsreacties

  • zwelling

  • warmte

  • gevoeligheid

Hier zie je een systeem dat nog steeds volledig in actie is, maar intensiever moet reageren om balans te houden.

3. De depositofase (opslagfase) de stille fase

Als afvoeren niet meer soepel lukt, gaat het lichaam tijdelijk opslaan.

Niet omdat het “niet goed gaat”, maar omdat het systeem een oplossing zoekt.

Je ziet dan vaak:

  • spanning die blijft hangen

  • stijfheid

  • terugkerende klachten

  • minder souplesse in weefsels

Het lichaam houdt vast wat het nog niet kwijt kan. zet het weg in de weefsels

4. De impregnatiefase

Hier wordt de belasting dieper voelbaar in het systeem.

Het zit niet meer alleen aan de oppervlakte, maar gaat richting weefsel- en celniveau.

Dat kan zich uiten in:

  • chronische spanning

  • duidelijk veranderde bewegelijkheid

  • verminderde herstelreactie

  • dieper vastgezette patronen

Het systeem past zich aan, maar de ruimte wordt kleiner.

5. De degeneratiefase

In deze fase zijn er meer blijvende veranderingen in het weefsel.

Het lichaam werkt nog steeds, maar met minder flexibiliteit.

Je ziet bijvoorbeeld:

  • chronische aandoeningen

  • verminderde functie

  • afname van veerkracht

  • structurele veranderingen

Toch blijft het belangrijk om te beseffen: ook hier is het lichaam nog steeds aan het proberen te compenseren.

6. De neoplastische fase

De diepste fase van belasting en ontregeling.

Hier kunnen we denken aan:

  • ernstige weefselveranderingen

  • ontregelde celgroei

Ook hier blijft het lichaam biologisch gezien reageren — maar de balans is verregaand verstoord.

Wat ik hierin vooral belangrijk vind

Over leren zien dat het lichaam altijd bezig is.
Altijd probeert.
Altijd reageert op de omstandigheden waarin het leeft.

En dat elk signaal — hoe klein of groot ook — onderdeel is van een groter geheel.

Mijn manier van werken

Wat voor mij belangrijk is, is dat ik weet in welke fase het lichaam zich bevindt binnen het Reckeweg systeem. Niet om te labelen, maar om te kunnen voelen en volgen wat er werkelijk gebeurt in het geheel.

Want wat je vaak ziet, is dat wanneer je laag voor laag afpelt, je bij een ogenschijnlijk “stille fase” uitkomt — de depositofase, de fase van opslag. Een fase waarin het lichaam niet altijd direct laat zien dat er iets speelt, omdat het systeem het tijdelijk heeft vastgezet.

Maar dat betekent niet dat het weg is.
Het ligt opgeslagen.

En juist wanneer je daar zorgvuldig mee werkt, kan dat weer in beweging komen en teruggaan richting de reactiefase. Wat eerst leek alsof het niet meer aanwezig was, blijkt dan eigenlijk een dieper opgeslagen disbalans te zijn geweest die alsnog naar voren komt zodra het systeem ruimte krijgt.

Daarom ben ik altijd blij wanneer ik na een sessie een reactie zie. Niet omdat het “heftig” moet worden, maar omdat het laat zien dat het systeem weer gaat bewegen. De reactiefase is in die zin vaak de weg richting herstel — maar daar moet het lichaam wel even doorheen kunnen.

Wanneer ik met een paard werk, kijk ik dus niet alleen naar waar iets zichtbaar is.
Ik kijk naar het systeem erachter.

Waar probeert het lichaam te reguleren? Waar zit ruimte? Waar zit spanning? En wat heeft dit systeem op dit moment nodig om weer meer doorstroming te vinden?

Soms is dat versterken. Soms loslaten. Soms heel subtiel werken. En soms vooral: wachten en volgen

Ilze Van Merrebach